weten wat er speelt
kennis delen

Wees jezelf

OPINIE - 01 januari 2013

Jezelf zijn oftewel authentiek gedrag vertonen is lastiger dan het klinkt. Vanaf onze geboorte worden wij door onze omgeving beïnvloed hoe wij ons horen te gedragen. Ik merk dat bijvoorbeeld met de opvoeding van mijn zoontje. De kleine spruit is bijna 3 en praat en eet graag tegelijkertijd. Ik leer hem (althans doe een poging) dat ik hem niet goed kan verstaan op deze manier en dat hij beter eerst zijn mond leeg kan eten. Een op zich redelijk nette norm die voor elk mens wel geldt, dacht ik zo. 
Het wordt anders als ik kijk naar het speelgoed dat ik voor hem heb aangeschaft of de muziek die ik opzet als we gaan dansen. Zijn speelgoed bestaat grotendeels uit auto’s en treinen, gedanst wordt op rock muziek. In ons huis is geen popje of K3 muziek te bekennen, tenminste niet door mij aangeschaft of opgezet, want het is immers een stoere man in wording. Hoe raar stond ik dan ook te kijken dat hij compleet verkikkerd raakte van een animatieserie die draait om de avonturen van een jong meisje in een roze pakje met grote bruine ogen, genaamd Dora. Inmiddels hangt er een poster van deze jongedame op zijn kamer en gaan we in januari naar de Dora musical…
Wat hier gebeurt, is dat er overtuigingen gaan meespelen: ik was in de veronderstelling dat mijn zoontje het leuker zou vinden met auto’s en treinen te spelen, hij is immers een jongen. Het zegt iets over mijn achtergrond, de opvattingen waarmee ik ben opgegroeid, de normen die ik heb meegekregen. 

Het proces waarbij je beïnvloed wordt door je omgeving begint al vlak na je geboorte en zet zich de jaren daaropvolgend voort. Langzaam maar zeker wordt het lastiger om te bepalen of het gedrag dat je laat zien, het doel dat je nastreeft, authentiek gedrag is of gedrag dat voortkomt uit een overtuiging (aangeleerd gedrag of opgelegde opvatting of norm). Op het moment dat je belangrijke keuzes moet maken, is het handig om hierbij stil te staan. 

In mijn werk als coach en consultant kom ik regelmatig mensen tegen die ogenschijnlijk alles voor elkaar lijken te hebben; ze hebben hun studie afgerond en hebben de droompositie binnen dat grote concern bereikt. Ouders zijn trots, vrienden zijn onder de indruk, maar van binnen zijn ze ongelukkig, de weg kwijt. De vraag die ik dan stel, blijkt vaak moeilijk te beantwoorden: wat wil je nou zelf? Wat maakt jou nou gelukkig? 
Om daar een zuiver antwoord op te kunnen geven is het nodig om los te komen van overtuigingen, van het idee wat anderen van je verwachten, van het idee dat je pas een volledig mens bent als je een bepaalde functie hebt bereikt of dat je in een bepaalde stad hebt gestudeerd of dat je moet trouwen om gelukkig te kunnen zijn. 

Het herkennen van overtuigingen kan helpen om het onderscheid te leren maken tussen je eigen wensen en (soms onbewuste) opgelegde keuzes. Hierdoor kun je keuzes gaan maken vanuit jezelf. Keuzes die je dan maakt zijn vaak keuzes voor langere tijd omdat het keuzes zijn die veel meer passen bij je wie daadwerkelijk bent. Je doet het dus niet om een ander een plezier te doen, maar omdat je het zelf graag zo wilt. 

Een overtuiging kan ook belemmerend werken, waardoor je bepaalde keuzes niet maakt of durft te maken. Denk bijvoorbeeld aan het spreken in het openbaar of het afleggen van een examen. 

Overtuigingen die belemmerend werken zijn lastig, maar niet onoverkomelijk. Het heeft tijd nodig om vanuit jezelf te leren handelen. De eerste stap is dan ook het onderscheid leren maken tussen overtuigingen en authentiek gedrag. Een overtuiging kun je herkennen aan bepaalde woordkeuzes zoals het woord moeten (ik vind dat ik deze specialisatie moet volgen), of de woorden altijd of nooit (ik heb altijd pech, ik kan niet spreken voor een groep). 

Op het moment dat je twijfelt over je gemaakte keuzes stel jezelf dan de vraag hoe je tot deze keuze bent gekomen en luister naar je eigen verhaal. Vertel aan jezelf wat je droom is. Als het goed is, komt het woord moeten niet voor in je droom en vertel je vanuit de ik-vorm. 
Op het moment dat je als een berg opziet tegen een presentatie die gedoemd is te mislukken, stel jezelf dan de vraag wie heeft bepaald dat jij niet kan spreken voor een groep. Er stond toch echt niet op je geboortekaartje: ‘Dolblij zijn wij met de geboorte van onze dochter Kirsten, ze kan alleen niet spreken voor een groep…’ 
Zeggen dat je het niet kan, is jezelf een etiket opplakken waar je lastig vanaf komt. 

Tot slot, als je denkt dat jij altijd pech hebt, schrijf dan eens de momenten van de laatste week op die ‘gewoon’ zijn verlopen, van het moment van opstaan tot slapen gaan. Doe dit een paar weken achter elkaar. Je zal zien dat de lijst met pechmomenten korter zal zijn dan de lijst met ‘gewone’ of succesvolle momenten.

 

Door: Ellen Barree