weten wat er speelt
kennis delen

Transitieplan invoering Wet DBA

20 november 2015

Het bericht "In 2016 geen VAR meer" d.d. 30 september 2015, is naar aanleiding van nieuwe berichtgeving per 20 november 2015 geactualiseerd.

Om grote verstoringen in de markt voor zzp’ers te voorkomen heeft Staatssecretaris Wiebes (Financiën) een transitieplan voor de invoering Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties opgesteld. Dit plan wordt momenteel door de Eerste Kamer behandeld. In verband met de haalbaarheid daarvan zou het uiterlijk 26 januari 2016 in stemming moeten worden gebracht.

De beoogde gefaseerde invoering is als volgt:

  • Voorbereidingsfase - In deze fase ligt de nadruk op voorlichting. Maar ook op de totstandkoming en goedkeuring van de voorbeeldovereenkomsten. In deze fase verkeren we nu. Inmiddels hebben veel zzp’ers een brief ontvangen waarin vermeld is dat hun huidige VAR tot 1 april 2016 geldig blijft. Goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten worden op de site van de Belastingdienst gepubliceerd.
  • Implementatiefase - De nieuwe wet zou per 1 april 2016 in moeten gaan. Na die datum worden geen nieuwe VAR’s meer afgegeven. Handhaving van de nieuwe wet zal in deze fase nog niet plaatsvinden.
  • Invoeringsfase - Vanaf 1 januari 2017 moet de nieuwe wet volledig in werking zijn. En vanaf die datum wordt er dan ook gehandhaafd door de Belastingdienst.

Met diverse belangenorganisaties is afgesproken dat niet langer gestreefd wordt naar een 40-tal voorbeeldovereenkomsten. Wel gaat er gezamenlijk gewerkt worden aan een aantal algemene modelovereenkomsten. Overeenkomsten die in een groot aantal situaties en in diverse sectoren toepasbaar zullen zijn. Deze geven volgen de Staatssecretaris zekerheid over de loonheffingen, mits er daadwerkelijk volgens de overeenkomst gewerkt wordt. Ook sectorale voorbeeldovereenkomsten worden dan voorgelegd aan de Belastingdienst.

In deze gepubliceerde sectorale en algemene overeenkomsten gaat de Belastingdienst vervolgens de bepalingen markeren die voor de werknemersverzekeringen van belang zijn, of fiscaal relevant zijn. Tevens publiceren zij een overzicht met bepalingen die juist wel of niet tot een dienstbetrekking leiden, als toetssteen voor het opstellen van nieuwe overeenkomsten.

---- 

21 OKTOBER 2015

VAR toch langer geldig

Inmiddels heeft staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, bekend gemaakt dat de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties - die de VAR moet gaan vervangen - niet per 1 januari 2016 in zal gaan. Wiebes streeft er nu naar de overstap – van VAR naar wet DBA – op 1 april 2016 te kunnen maken. In de tussentijd wordt het aantal voorbeeldovereenkomsten uitgebreid en gepubliceerd.

De periode vanaf 1 april 2016 tot 1 januari 2017 wordt naar alle waarschijnlijkheid gebruikt als een periode van voorlichting en coulance. Deze periode stelt de betrokken partijen in staat zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Handhaving van de nieuwe wet zal pas per 1 januari 2017 aan de orde zijn.

Het besluit van Wiebes is mede genomen onder druk van werkgeverskringen, brancheorganisaties van bemiddelaars en zzp-organisaties. Het bezwaar is dat de invoering te overhaast doorgevoerd zou worden en dat veel opdrachtgevers (nog) niet klaar zijn voor deze stap naar een fundamenteel nieuw stelsel. Bovendien is er al forse kritiek geuit op de eerst gepubliceerde overeenkomsten.

---- 

30 SEPTEMBER 2015

In 2016 geen VAR meer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) en daarmee het startschot gegeven voor een effectievere aanpak van schijnconstructies. Als gevolg daarvan komt de VAR te vervallen en gaat ook de eerder beoogde BGL niet door. In dit artikel leggen we uit hoe de relatie tussen opdrachtgever en –nemer getoetst gaat worden in 2016. En welke consequenties dit heeft voor beide partijen.

Duidelijkheid over loonheffingen

Dat de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) zou komen te vervallen was reeds een jaar geleden al bekend. Echter, toen was nog sprake van een vervanger, namelijk de BGL (Beschikking geen Loonheffing). De reden voor die wijziging was om ook de opdrachtgever financiële en administratieve verantwoordelijkheid te geven voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. De Belastingdienst zou zo beter onderscheid kunnen maken tussen een dienstverband en ondernemerschap en schijnconstructies kunnen bestrijden. Maar al snel bleek dat de BGL niet uitvoerbaar zou zijn vanwege een enorme administratieve rompslomp (zelfstandigen zouden voor elke opdracht een nieuwe overeenkomst moeten sluiten) en gebrek aan draagvlak. Dus kwam er een nieuwe, aangepaste variant op de VAR, gevoed door de wens van vakbonden, zzp-organisaties en werkgeversorganisaties om vooraf meer duidelijkheid over loonheffingen te krijgen; een systeem van (voorbeeld)overeenkomsten. Dit plan ligt momenteel ter beoordeling bij de Eerste Kamer.

Geen VAR. Geen BGL. Maar wat wel?

Als de Eerste Kamer instemt met het plan, gaat de Belastingdienst vanaf 1 januari 2016, aan de hand van (voorbeeld)overeenkomsten per sector, beoordelen en uitsluitsel geven of er loonheffing moet worden afgedragen. Zodat voor zzp’ers en opdrachtgevers duidelijkheid ontstaat over de voorgenomen arbeidsrelatie. De uitgangspunten voor de vervanging van de VAR blijven overeind staan; een verbeterde handhaving door de Belastingdienst en een herstel van de balans in verantwoordelijkheden van opdrachtgevers en zzp’ers.

Belangenorganisaties van zowel opdrachtgevers als -nemers, maar ook individuele opdrachtgevers en zzp’ers kunnen overeenkomsten opstellen en aan de Belastingdienst voorleggen. Deze overeenkomsten zullen zoveel mogelijk sector specifiek zijn. De fiscus beoordeelt deze overeenkomsten vervolgens en geeft op basis van wet- en regelgeving uitsluitsel of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en betalen. De overeenkomsten op grond waarvan een opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden, worden door de Belastingdienst gepubliceerd als voorbeeldovereenkomst. Een ieder die volgens een voorbeeldovereenkomst gaat werken, kan zo’n overeenkomst downloaden en gebruiken. Het grote voordeel ten opzichte van de BGL is dat er niet voor elke opdracht een compleet nieuwe overeenkomst hoeft te worden gemaakt.

Voorbeeld: Een zzp’er die een opdracht krijgt bij een nieuwe opdrachtgever, kan een voorbeeldovereenkomst downloaden en de standaardgegevens daarin aanpassen. Als hij/zij later in het jaar weer een opdracht bij deze opdrachtgever gaat doen, kan hij/zij direct aan de slag.

Er is reeds een start gemaakt met het beoordelen, met als doel om dit najaar al een aanzienlijk aantal voorbeeldovereenkomsten te kunnen publiceren. Opdrachtgevers kunnen overeenkomsten nu dus al voorleggen. Dit hoeven geen nieuwe te zijn, ook de overeenkomsten waar nu mee gewerkt wordt, kunnen ter beoordeling worden voorgelegd bij de fiscus.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Opdrachtgevers die veel met zzp’ers werken, willen uiteraard bijtijds uitsluitsel krijgen of er loonheffingen moeten worden afgedragen. Het alternatief voor de VAR maakt dat mogelijk; opdrachtgevers die met meerdere zzp’ers werken voor soortgelijk werk, kunnen (vooraf) in één keer zekerheid krijgen. Indien de organisatie er voor kiest gebruik te (blijven) maken van de eigen overeenkomsten, is het verstandig deze bijtijds voor te leggen aan de Belastingdienst. Mocht de Belastingdienst namelijk van mening zijn dat de gehanteerde overeenkomst niet voldoet, is er voor alle zzp’ers die gebruik maken van deze overeenkomst, sprake van een dienstbetrekking.

Als blijkt dat de manier van werken in de praktijk niet conform de door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst verloopt en er dus sprake is van dienstbetrekking, moet de opdrachtgever alsnog loonheffing inhouden en afdragen. Er kan in deze gevallen een naheffing opgelegd worden voor verschuldigde loonheffingen.

Wat betekent dit voor opdrachtnemers?

Ook de zzp’er kan een overeenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. Maar dat heeft alleen zin als die overeenkomst bij alle (toekomstige) opdrachtgevers gebruikt kan worden. Is dat niet het geval, kan er beter gebruik gemaakt worden van de voorbeeldovereenkomsten, per branche of sector. Het voordeel voor jou, als freelance of interim secretaresse, is dat de administratieve lasten flink verminderd worden. Er hoeft geen VAR-verklaring meer te worden aangevraagd. En ook het invullen van een vragenlijst via een aparte webmodule – zoals in de BGL-constructie opgenomen – is van tafel.

Overgangsfase

Tot de invoering van deze nieuwe methode met (voorbeeld)overeenkomsten begeven we ons in een overgangsfase. Dat betekent dat als in 2015 hetzelfde werk gedaan wordt als in 2014, onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden, de VAR ook dit jaar nog van kracht is. Er hoeft dan geen nieuwe aangevraagd te worden.

Indien de omstandigheden of voorwaarden ten opzichte van 2014 gewijzigd zijn, er andere werkzaamheden worden uitgevoerd of er momenteel zelfs zonder VAR wordt gewerkt, dient er alsnog een VAR - alleen voor de resterende maanden van 2015 - aangevraagd te worden. VAR-aanvragen voor 2016 zijn dus overbodig en worden ook niet meer in behandeling genomen door de Belastingdienst.

De keuze is dus, vanaf 1 januari 2016, om te werken via een voorbeeldovereenkomst of met een eigen overeenkomst. Het is overigens niet verplicht de overeenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen, maar het voordeel dat hiermee verkregen wordt, namelijk de zekerheid dat er geen loonheffingen hoeven te worden afgedragen, lijkt een belangrijk argument te zijn het wel te doen.

Maak gebruik van deze tool om te bepalen of je wel of geen VAR-verklaring moet aanvragen.

Praktische tips

Tot slot nog wat praktische tips, voor hen die voornemens zijn een (voorbeeld)overeenkomst ter beoordeling naar de Belastingdienst te sturen:

  • Overeenkomsten kunnen per mail gestuurd worden naar de Belastingdienst: alternatiefvar@belastingdienst.nl  
  • Complete verzoeken worden binnen 6 weken beoordeeld.

Het verzoek om beoordeling moet in ieder geval onderstaande gegevens bevatten:

  • De naam van de organisatie die de overeenkomst voorlegt
  • Soort organisatie die de overeenkomst voorlegt (brancheorganisatie of intermediair?)
  • Gegevens van de contactpersoon van de organisatie die de overeenkomst voorlegt: naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres
  • Als een opdrachtgever of opdrachtnemer de overeenkomst voorlegt: RSIN / BSN (Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer / Burgerservicenummer)
  • Is de overeenkomst voor 1 opdrachtgever of meerdere bedoeld?
  • Duidelijk en volledig overzicht van alle afspraken
  • Wat zijn de werkzaamheden? Onder welke omstandigheden voert de opdrachtnemer de werkzaamheden uit?
  • Is de overeenkomst door bemiddeling tot stand gekomen?
  • Welke specifieke regelgeving en/of certificeringseisen gelden er?
  • Gelden er richtlijnen of algemene voorwaarden voor de overeenkomst (zo ja, meesturen)?

 

Bron: De Belastingdienst