Catch of the day
27 oktober 2016

Takkentrollen



Gekissebis, gebakkelei, geroddel, afgunst, pesterij, gekrakeel, geharrewar, gehakketak, gekift en achterklap. Waarom bestaan er toch zoveel woorden die een soortgelijke betekenis hebben? Het ene woord geeft een narriger gevoel dan het andere, maar het heeft allemaal met “geruzie” te maken. Zijn er dan zoveel woorden nodig om een miniem onderscheid te kunnen maken tussen soorten “gedoe”? We hadden weer eens een geanimeerde lunch op kantoor met als onderwerp – ik durf het bijna niet te schrijven – de afgunst tussen vrouwen.

Vrouwengedoe

Hierover pratend moesten wij helaas constateren dat er best veel nijd kan zijn tussen vrouwen. Er is ontzettend veel “vrouwengedoe” en dat beperkt zich niet tot opleiding, functieniveau of een bepaalde sociale klasse. We kwamen erop, omdat wij tot de conclusie kwamen dat wij zelf best kunnen genieten van vrouwen die interessant zijn, zich verzorgd kleden, die charismatisch zijn of mooi oud worden. Persoonlijk kan ik een vrouw, die ik niet ken, zomaar in het openbaar aanspreken omdat ik bijvoorbeeld vind dat ze prachtige schoenen aan heeft of – in mijn ogen – mooi gekleed gaat. Mijn langere staren zou dan een raar effect kunnen geven. Dus loop ik liever op haar af om aan te geven: “ik wil graag zeggen dat ik uw schoenen zo prachtig vind”. Meestal is desbetreffende vrouw dan even van haar à propos, maar veelal bedankt ze me wel. Jaloersheid is bij mij ver te zoeken; ik geniet gewoon van de schoonheid van mijn gelijke sekse. Aan de lunchtafel merkte ik dat ik niet de enige ben en dat mijn collega’s dit ook wel eens doen. Zowel de generatie X als Y.

Vrouwelijke manager

Kandidaten spreken zich regelmatig specifiek uit niet voor een vrouw te willen werken. Eén negatieve ervaring gooit de deur vaak helemaal dicht. Blijkbaar kan niet iedere vrouw evenveel hebben van een soortgenoot als van een man. Wanneer wij een vrouwelijke leidinggevende spreken geeft ze vaak aan dat ze graag een meer “zakelijke” assistente wil hebben. Niet iemand die gelijk “vriendinnen” wil worden en die het vooral ook “gezellig” wil hebben. Met het idee van: wij tegen de rest. Als leidinggevende heb je al genoeg aan je hoofd en een gevoelsstrijd aangaan met je assistente past daar niet bij. Over vrouwen op hoge posities vinden we ook allemaal wel iets. Nog los van de discussie over het glazen plafond, hebben we een mening over hun kleding, stemgeluid (te hoog, te laag), te scherp in haar bewoordingen of te ambitieus. Hoe doet ze het toch? Drie té leuke kinderen, ’s nachts werkend, geen au pairs of andere hulptroepen, zaterdags op het hockeyveld staan, gezond koken, hardlopen en dan ook nog een toppositie bekleden met een rij aan nevenfuncties. Het zijn vaak de anderen die dat opvalt, zo’n vrouw zelf is daar nooit zo mee bezig. Die voelt zich verantwoordelijk voor haar eigen leven.

Vrouwenkul

Waarom is er vaak ook zoveel gedoe op een secretariaat? Wie kan mij dat uitleggen? Hoe fijn is het juist om met een groep professionals te mogen werken. Een collega die je kunt waarderen omdat zij juist zo mooi anders is. Niet alleen in haar persoonlijkheid, maar ook in haar kennis en kunde. Waar je van kunt leren of tegenop kunt kijken. Dat is ook niet erg. Misschien moeten we als vrouwen niet zoveel “vinden” van een ander, maar met een open houding en open blik de ander tegemoet treden. Vermeend belangrijke zaken reduceren naar flauwekul en wegblijven van de vrouwenkul. Dat geeft een vrij gevoel en helpt je met je zelfvertrouwen.



Reacties via Disqus