weten wat er speelt
kennis delen

Dolce far niente

29 november 2016

Niets doen is verdacht (tenzij je het als opladen verpakt). Niemand zegt zich te vervelen. Dankzij o.a. de smartphone komt verveling niet meer voor. Die apparaten zorgen voor een niet aflatende stroom van berichtjes, nieuwsfeitjes, filmpjes, spelletjes, sociale prietpraat en wat al niet meer. De “nieuwe luxe” zijn hotels of campings waar ze géén wifi hebben.

Verveling is gênant

Mensen die niets te doen hebben en mensen die niets te denken hebben vervelen zich. Beide categorieën staan niet hoog aangeschreven. Zeker bij grote mensen niet; kinderen is het nog wel eens toegestaan (overigens in steeds mindere mate); die willen dan altijd nog wel samen spelen. Maar grote mensen willen ook samen spelen. Er is een hele industrie ontstaan om ons te laten spelen. Onze vrijetijdsbesteding is van A tot Z geprofessionaliseerd. Maar die georganiseerde afleiding, die leegte in onszelf doet vermoeden, duidt eigenlijk op diepe verveling. We praten over tijdverdrijf, alsof we de tijd voorbij moeten zien te krijgen omdat tijd iets vervelends is (denk aan heel vroeger: de leegte van de zondagen).

Over verveling hoor je ons ook niet vaak meer. We horen immers allemaal geheel vervuld en bezig te zijn, met onze smartphone die als een nieuw ledemaat aan ons is vastgegroeid. Niemand die je spreekt zegt ooit zich te vervelen. Welnee: daar hebben we het allemaal veel te druk voor. Verveling staat ook in schril contrast met leven.

In de Ziggo Dome zei Louis CK (een Amerikaanse en zeer geroemde en gerespecteerde standup-comedian) het ook al: “Het is nutteloos om te zeggen dat je je verveelt. Je leeft in een grootse, uitgestrekte wereld waar je nog nul procent van hebt gezien. Zelfs de binnenkant van je eigen geest is eindeloos. Het feit dat je leeft is een wonder. Dus zeg niet dat je je verveelt.”

Leren vervelen

Al een eeuw geleden dachten economen en anderen dat we veel minder zouden gaan werken. Vier uur per week of drie dagen per week zouden voldoende moeten zijn om onze behoeften te kunnen bevredigen. Maar we hebben dat vakkundig weten te vermijden. Want we willen steeds meer hebben en consumeren, steeds meer verlangens (die we vroeger overigens niet hadden en dus geen eerste levensbehoeften zijn) bevredigen. Geld daarvoor hebben we blijkbaar nooit genoeg en dus gaan we zeker niet minder werken. Al wordt geluk niet veroorzaakt door het hebben van steeds meer, werken geeft ook aanzien en werken is ook: je niet vervelen.

Terwijl het zo noodzakelijk is om je de tijd te gunnen om je te “vervelen”; het échte dolce far niente te beleven (op de Malediven hebben ze T-shirts met de slogan: “The art of doing nothing”), te verlangen naar vage dingen. Blijkbaar zijn we het verleerd om niets te doen. Terwijl het zo belangrijk is om je brein rust te geven, na te denken, je weer op te laden. Er is nu zelfs een cursus voor van Ben Tiggelaar: de “zomercursus in rust”.

Gewoon bestaan

Mensen kunnen er werkelijk genoeg aan hebben om gewoon maar te bestaan. Dat lijkt het ideaal van Mindfulness en het moderne verlangen om “in het moment” te zijn. Het gewoon goed hebben zonder allerlei extremen als bungeejumpen. Sommige kunstenaars zeggen zelfs dat uit de verveling het scheppen voortkomt, dat je je moet vervelen om tot iets te komen.

Schopenhauer schreef al: de stilstand, die in het rustige genieten geheel toereikend zou zijn, is haast onmogelijk voor de mens. Ook al heb je alles, als je het hebt verveelt het. Het gaat om wat iemand innerlijk bezighoudt; dat wat hij is, dat is wat het leven de moeite waard maakt. Eventueel inclusief (creatieve) verveling.

We moeten leren om onszelf de tijd en de rust te gunnen om ons in bovenstaande zin te vervelen. Dat is zeer weldadig voor ons lijf en onze geest. Waardoor we van alles, wanneer we ons niet “vervelen”, nog veel meer kunnen genieten.