weten wat er speelt
kennis delen

Angst voor robots terecht?

OPINIE - 20 oktober 2015

Robotisering. Een populaire term waarmee de komst van ‘the internet of things’, big data, 3D-printers en andere technologieën bedoeld wordt. Een maar lastig te voorspellen ontwikkeling die snel op ons afkomt. En als dreigend ervaren wordt. Terecht of niet? Eén ding is zeker; de ‘robots’ komen er aan.

In mei 2014 meldde het ING Economisch Bureau dat technologische ontwikkelingen geen banen zouden gaan kosten, maar voornamelijk kansen zouden opleveren. Minister Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zei kort daarna dat het uitblijven van een werkloosheidsdaling juist voor een groot deel kwam door die toenemende automatisering. Deloitte concludeerde echter dat door robotisering en automatisering naar schatting twee tot drie miljoen banen zouden gaan verdwijnen. En hun recente onderzoek wees bovendien uit dat er veel werklozen zijn in beroepsgroepen met een hogere kans op automatisering.

Is robotisering dan een voornamelijk negatieve ontwikkeling? Zeker niet. Technologische veranderingen kunnen onze internationale concurrentiepositie verstevigen, het land productiever maken en de welvaart doen toenemen.

Kansen of bedreigingen?

Gezien de positieve ervaringen uit het verleden is het vreemd dat we deze technologische ontwikkelingen nu met argusogen bekijken. Zo waren we in 2013 koploper in het aantal huishoudens met een breedband internetverbinding. We winkelen relatief veel via internet. En een groot deel van de Nederlandse bedrijven investeert in technologische innovatie (47% van de bedrijven, t.o.v 39% van het Europees gemiddelde, gemeten door het CBS in de periode 2008-2010).

Maar niet alleen in het verleden, ook in het heden worden er over Nederland positieve berichten gemeld: Het World Economic Forum stelde in 2014 dat Nederland één van de landen is die goed gepositioneerd is om te kunnen profiteren van nieuwe technologieën. We staan - na Finland, Singapore en Zweden – op de vierde plaats ter wereld wat betreft de kwaliteit van de digitale infrastructuur en de vaardigheid om informatietechnologie te gebruiken. En ook OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) concludeerde dat Nederland goede papieren heeft voor innovatie. Vanwege onze hoog opgeleide beroepsbevolking en goede kwaliteit van het hoger onderwijs. Vanwege onze universiteiten die onderzoek op topniveau afleveren. En vanwege het feit dat de grote Nederlandse multinationals behoren tot de wereldleiders op het gebied van innovatie.

Ook al lijkt Nederland dan klaar te zijn voor de technologische ontwikkelingen, het gaat een enorme druk op de arbeidsmarkt teweeg brengen. Er gaat verandering plaatsvinden van oude naar nieuwe werkgelegenheid. En dat gaat gepaard met aanpassings- en transitiekosten. Maar ook met tekorten van specifieke vaardigheden, werkloosheid en een ‘mismatch’ van vraag en aanbod.

Gevolgen

Routinematige werkzaamheden gaan in toenemende mate worden overgenomen door robots. Deze werkzaamheden worden overwegend uitgevoerd door middelbaar opgeleiden: het middensegment. Deze groep komt onder enorme druk te staan. En 'hun' werkzaamheden zullen meer en meer in lager betaalde landen worden ondergebracht. In dit middensegment zullen daardoor klappen gaan vallen. Voornamelijk in Friesland en Zeeland lijkt dat aan de orde. Hier is namelijk minder dan 30% van de werkzame bevolking hoogopgeleid. Ter vergelijk: in Noord-Holland en Utrecht ligt dat percentage boven de 40. Werknemers die aan de bovenkant van de arbeidsmarkt werken – veelal analytisch, creatief en sociaal werk – profiteren juist van de toenemende technologische mogelijkheden. Een polarisatie van de arbeidsmarkt ligt op de loer. (Bron: State of the State, onderzoek Deloitte).

Een robot als secretaresse?

Gaan de technologische ontwikkelingen de doelgroep waar wij ons op richten – ervaren secretaressen in het hogere segment – ook dramatisch 'treffen'? Zozeer dat dit vak gaat verdwijnen? Ieder vakgebied is altijd in beweging cq in ontwikkeling. Zo ook het secretaressevak. Door de veranderende wereld om ons heen kan dat ook niet anders. Neem als simpel voorbeeld dat in de jaren 60 een secretaresse op een typemachine met een carbonpapiertje in de weer was en zie met wat voor technische middelen vandaag de dag wordt gewerkt.

Er zijn competenties die je kunt (aan)leren (kennis, vaardigheden), maar er zijn ook competenties die je niet kunt leren. Die zitten in je genen. Dat is je ‘nature’. Denk hierbij aan waarden en normen, motivatie en ambitie, persoonlijke kwaliteiten en aanleg en intelligentie. En juist die elementen zijn essentieel voor een goede assistente.

Al zijn computers (of robots, zo je wilt) steeds beter in staat te reageren op menselijke emoties, ze kunnen deze slecht interpreteren. De Volkskrant publiceerde onlangs “Zijn vrouwenbanen de toekomst?”. Een artikel dat aansluit op onze overtuiging dat het beroep van secretaresse uit de robotklauwen blijft. In het artikel wordt gesteld dat banen waarbij intermenselijk contact een grote rol speelt, niet zullen verdwijnen. De sociale vaardigheden, maar ook unieke menselijke karaktereigenschappen als collegialiteit en empathie kunnen simpelweg niet worden overgenomen door robots.

Het is onwaarschijnlijk dat het secretaressevak geautomatiseerd gaat worden, maar je zult je als professional wel bij voortduring moeten blijven scholen. Een ontwikkeling in technologie betekent ook een ontwikkeling in de aan te leren vaardigheden. Nieuwe vaardigheden zullen worden vereist. Gezien het hoge tempo van robotisering, verouderen de reeds opgedane kennis en vaardigheden nu sneller dan ooit. Om je arbeidspositie te verstevigen, dan wel te verbeteren, is het noodzakelijk dat de secretaresse haar/zijn kennis en vaardigheden blijft ‘actualiseren’.

Hoog tempo

Dat we door de snelle opkomst van robotisering om moeten leren gaan met onzekerheid en verandering, is een feit. Maar dit soort ontwikkelingen is niet nieuw. Echter, het hoge tempo waarmee het verloopt wel. Zo duurde het vroeger nog 50 jaar voordat een kwart van de bevolking elektriciteit had. Tegenover slechts 7 jaar die nodig was om datzelfde aantal te voorzien van een internetaansluiting. En 38 jaar voordat 50 miljoen mensen naar de radio konden luisteren, tegenover een periode van 3 jaar die de iPod daar voor nodig had. Dat plaatst de huidige ontwikkelingen in het juiste perspectief.

Nemen de robots nu nog voornamelijk routinematige werkzaamheden over, in de toekomst zullen ook complexere taken worden geautomatiseerd. Reden te meer om te blijven investeren in kennis en vaardigheden. En daarmee in te blijven spelen op de veranderende behoefte op de arbeidsmarkt.