4 april 2018

Vertrouwen



Vorige week stonden bij de tramhalte twee meiden heel boos tegen elkaar te schreeuwen. Wat bleek, de een had blijkbaar in vertrouwen iets tegen de ander gezegd en die had het vervolgens doorverteld. Een van de twee dames ging echt helemaal uit haar dak en de ander liep uiteindelijk na een hoop geschreeuw weg. De boze vrouw zat vervolgens bellend achter mij in de tram en toen hoorde ik wat er was gebeurd. Ze had in vertrouwen gezegd dat ze met een andere baan bezig was. De andere vrouw, blijkbaar haar collega, had dat doorverteld aan haar baas. Meer kon ik niet verstaan maar ik kan me voorstellen dat je daar woedend over bent. Toen dacht ik, dit is een mooi onderwerp voor mijn column. Want wat is vertrouwen? En dan bedoel ik vertrouwen op het werk. Wanneer neem je iemand in vertrouwen? Kun je überhaupt iemand vertrouwen? En wat is vertrouwelijkheid? Waar ligt de grens? Niet alleen van jezelf maar ook van de ander. Welke belangen spelen mee? 

Zoals we allemaal weten wordt er een hoop gekletst op de werkvloer. Roddelen doen we niet, zeggen we. Toch wordt er stiekem geroddeld en praten we af en toe over een ander, zeker als daar aanleiding toe is. Niet zo gek want als je fulltime werkt, zit je meer op kantoor dan dat je thuis bent. De hele dag door zie je je collega’s. Met de één kun je het beter vinden dan met de ander. Kwestie van chemistry. Hoe langer je met elkaar werkt hoe meer je elkaar vertrouwt, toevertrouwt of deelt. En als je een kamer deelt dan hoor je ook elkaars gesprekken. Maar zoals gezegd, kun je elkaar echt vertrouwen? Ik heb bij een bedrijf gewerkt dat midden in een reorganisatie zat. De belangen zijn dan ineens anders en het was ieder voor zich. De poten werden letterlijk onder je stoel vandaan gezaagd. Gelukkig was ik freelancer en geen betrokkene. Ik heb toen dingen gezien en meegemaakt die echt niet konden maar in tijden van crisis kan eigenlijk alles en winnen de sterksten. Niet eerlijk maar zo wordt het spel wel gespeeld. Als het slecht gaat dan gaan mensen wijzen naar elkaar. Dat is bijna een ongeschreven wet. We zaten met 6 secretaressen op een hele grote kamer. De assistenten van de CFO en voorzitter RvB waren al jaren goede vriendinnen. Ze zagen elkaar ook privé. Naarmate de reorganisatie vorderde kwamen hun managers steeds meer lijnrecht tegenover elkaar te staan en deze secretaressen kozen vanzelfsprekend partij voor hun bazen. Je kon van verre zien aankomen dat één van de twee bazen zou gaan aftreden en dat daardoor ook één van de twee assistenten weg zou moeten. Het werd een echt moddergevecht. Alles wat de één over de ander wist werd doorverteld en gebruikt om de ander onderuit te halen. Het was bijna alsof we in een filmthriller terecht waren gekomen. Iedereen op het secretariaat had er last van. Wat was ik blij dat ik freelancer was. Ik was gelukkig geen partij. Uiteindelijk zijn ze allebei ‘afgevloeid’. Zo zie je maar, eerst dikke vriendinnen, de belangen wijzigen en je bent elkaars vijand.

Dan is er ook nog het “groene monster”, vrouwen en jaloezie, een dodelijke combinatie. Dit komt veel voor. Hoe kun je elkaar vertrouwen als er geen gunfactor is/

Als je iemand in vertrouwen neemt, realiseer dan altijd wat je zegt. Kan de ander dit gebruiken of kan ik mezelf hiermee beschadigen als dit toch, eventueel per ongeluk, wordt doorverteld. Als je iets in vertrouwen tegen iemand zegt moet je er van op aan kunnen dat die ander het voor zich houdt. Maar kun je daar echt wel van op aan? Je hebt ook collega’s die het goed bedoelen maar het woord “in vertrouwen” niet kennen en vinden dat iedereen alles mag weten. Alleen daar doen ze dan hun eigen sausje (eigen perceptie) overheen zodat het verhaal net iets anders wordt verteld dan jij bedoeld hebt. Zo ontstaan de verhaaltjes van de bekende mug en olifant en voor je het weet moet je in de verdediging. Sommigen hebben nu eenmaal een andere – eigen - definitie van het woord vertrouwelijkheid. Mag je dan helemaal nooit iets zeggen? Natuurlijk wel, anders wordt het wel heel saai en stil. Maar, nogmaals, realiseer je altijd heel goed wat je zegt en tegen wie je iets in vertrouwen zegt. Ze bedoelen het allemaal goed, maar toch...

Iets anders is, wát deel je met elkaar. Vertel je ook over je financiële situatie, salaris of bonus? Of valt dit binnen de categorie ‘daar praat je echt niet over’? Wij zien tenslotte, als assistenten, heel veel vertrouwelijke informatie voorbij komen, ook op HR-gebied. Als er duidelijke schalen en methodieken zijn dan is er transparantie. Als dat niet het geval is kan dit behoorlijk wat onrust veroorzaken of scheve gezichten geven. Je komt er toch altijd wel achter, dus het management kan daar maar beter goed, juist en transparant over communiceren.

Kortom, het blijft lastig wie je kunt vertrouwen. Met wie deel je wat, wie geeft jou vertrouwen en waar ligt de grens. Mijn tip is: vertrouw altijd op je intuïtie en onderbuikgevoel. Als je maar even twijfelt, dan is mijn conclusie, niet doen!



Reacties via Disqus