Niemand rijdt in zijn droomauto

19 juni 2017

Nederlanders rijden niet in de auto die ze graag willen. Zeven van de tien automobilisten willen liever een andere. Gewoon doen, adviseert Erwin Wijman in zijn boek De geluksmachine waarin hij laat zien dat je gelukkiger wordt als je de moed opbrengt wél te kiezen voor je droomauto.

Auto’s roesten niet meer, maar wij automobilisten wel. We zitten allemaal vastgeroest in onze autokeuze. Iedereen rijdt wat de buren rijden. Of onze collega’s, vrienden en familie. Zeven op de tien automobilisten zouden liever een andere auto hebben, bij voorkeur een BMW, Volvo of Audi, in plaats van de Renault, Opel of Kia die ze nu hebben. Maar die kopen (of leasen) ze niet omdat Nederlanders niet kiezen wat ze zelf willen.

Dit ontdekte schrijver/journalist Erwin Wijman na het bestuderen van vier onderzoeken (onderzoeksbureau Team Vier, Berenschot, voertuiginformatieprovider VWE, databasemarketingbureau Sizo), enquêtes op LinkedIn en Facebook met 3700 respondenten, interviews met 450 autobezitters, postcodeanalyses van 140.000 aanvragen voor autoverzekeringen en onderzoek op Google Streetview. Wijman bracht deze schat aan informatie en verhalen samen in zijn boek De geluksmachine – Zo kies je de auto die je echt wilt, dat verschijnt op 12 juni.

Wijman stelt in zijn boek dat de auto op dertien verschillende manieren een geluksmachine is. Bijvoorbeeld als onovertroffen vervoermiddel, cocon, tweede huis, sociaal medium, totem, instrument voor sociale vergelijking, chick magnet, lad magnet en gespreksaanjager.

Stap naar geluk

De dertiende reden die Wijman noemt is de belangrijkste: wie zijn of haar auto bewust kiest maakt zichzelf vrij. Kiezen voor de auto die jij graag wilt zonder dat je je iets gelegen laat liggen aan wat anderen ervan vinden of wat jij denkt dat anderen van je vinden, is een stap naar onafhankelijkheid, vrijheid, zelfstandigheid en daarmee naar het geluk.

Wijman: ‘Als je je droomauto kiest, word je niet alleen een gelukkiger automobilist maar ook een gelukkiger mens. Wie dat eenmaal doorheeft, beseft ook dat zij of hij op andere terreinen niet zo vast zit als mensen wel geneigd zijn te denken. Zoals in huis en hypotheek, werk, baan, relatie en huwelijk.’

Niet alleen voor autoliefhebbers

Dankzij de rijke informatie en rake verhalen, fijne anekdotes, aansprekende praktijkvoorbeelden en heldere schrijfstijl is De geluksmachine vooral een heerlijk leesboek. Niet alleen voor autoliefhebbers maar voor iedereen die voor belangrijke keuzes in zijn/haar leven staat. Niet alleen voor mannen dus maar ook voor vrouwen.

Tien opmerkelijke inzichten uit De Geluksmachine

1. Nederlandse autobezitters willen niks weten van autodelen.

Twee van de drie Nederlanders zeggen hun auto absoluut niet te willen uitlenen via een autodeeldienst en slechts 5 procent van de autobezitters staat positief tegenover deelauto-initiatieven. De bereidheid tot autodelen bereikt daarmee bijna nul.

2. Nederlandse autobezitters onderschatten hun maandelijkse autokosten met een factor 4.

Bijna de helft van de Nederlandse autobezitters denkt minder dan 200 euro per maand te spenderen aan zijn auto terwijl de gemiddelde maandkosten zeker 500 euro hoger liggen.

3. Auto’s zijn beter tegen ziekte verzekerd dan mensen.

Drie van de vier Nederlandse automobilisten zijn oververzekerd voor pechhulp. Auto’s zijn daarmee in Nederland beter verzekerd voor onheil en mankementen dan mensen. Terwijl elk mens maar één zorgverzekering heeft, hebben de meeste auto’s er wel drie.

4. Nederlandse automobilisten willen geen zelfrijdende auto.

Bijna niemand wil een autonoom rijdende auto, omdat die indruist tegen je gevoel van controle. Ook al zou een zelfrijdende auto oneindig veel veiliger zijn dan een auto bestuurd door een mens, een derde van de Nederlandse automobilisten zegt dat de kans 0 procent is dat zij een zelfrijdende auto aanschaffen. Sterker, mensen vertrouwen de zelfrijdende auto niet. Slechts 1 op de 10 Nederlandse automobilisten denkt dat een zelfrijdende auto zo betrouwbaar is dat zij er zelfs hun kinderen alleen in zouden laten rijden. Daarbij zijn zeven van de tien Nederlandse automobilisten (71 procent) van mening dat de komst van de zelfrijdende auto het autorijden niet leuker maakt. Dat verklaart ook de weerzin tegen de auto-auto.

5. Postcode bepaalt autobezit.

De demografische spreiding van het autobezit komt exact overeen met afkomst, opleiding milieu, inkomen en postcode. Op de sociodemografische autokaart van Nederland staan een Renault en een Peugeot aanzienlijk vaker in dezelfde straat dan een BMW en een Suzuki. Of een Alfa Romeo en een Dacia. Dacia’s staan tussen Hyundai’s en Fordjes en Kia’s. BMW’s staan naast BMW’s en Audi’s en Volvo’s. Een Renault woont zelden naast een Audi of een BMW. In het welvarende Gooi-dorp Laren – postcode 1251 en 1252 – is een derde van de auto’s uit het hogere segment, met een oververtegenwoordiging van BMW, Audi, Volvo, Mercedes en Alfa Romeo, en in Blaricum (1261) is dit effect nog veel sterker: 60 procent van de aanvragen voor een autoverzekering betreft dikke auto’s zoals Land Rover, Audi, BMW, Volvo, een Chrysler Crossfire, twee keer een Saab (9-3 en 9-5), een Alfa Romeo en een Mazda MX-5. Plus een youngtimer Volvo 240. Terwijl je In de minder rijke buurten van Blaricum, zoals de wijk Bijvanck tegen Huizen aan, juist geen BMW, Audi, Volvo of Mercedes terugziet. Daar is het Peugeot 106, Citroën C1 en C3, Daewoo Matiz, Opel Corsa, Seat Ibiza en Mitsubishi Space Runner wat de klok slaat.

6. Je beroep bepaalt je auto.

De Nederlander rijdt zijn of haar profiel op LinkedIn. Een meubelmaker rijdt in een Volvo stationcar. Een notaris in een Volvo XC90. Een tassenontwerpster in een Fiat 500. Wolter Kroes in een Mercedes, een bibliotheekmedewerker een Peugeot 207. Heb je een BMW 5-serie, dan ben je een investmentbanker of salesmanager, in een Citroën C1 ben je een kleuterjuf of consulent van de stomadienst. Je rijdt niet wat je wilt, je rijdt wat je doet.

7. Vrouwen rijden in kleinere auto’s dan mannen en kopen ook heel andere merken.

Vrouwen rijden in Mini’s, Fiats 500, Opels en Citroëns. Mannen rijden in Skoda’s. Bijna geen vrouw rijdt in een Skoda, bijna geen man in een Mini. Mannen rijden in BMW’s, Audi’s, Mercedessen, een vrouw in een Alfa Romeo MiTo of Hyundai i10. Een Porsche Panamera is een mannenauto. Net als een Tesla en een Toyota Prius.

8. Vrouwen hebben vaker geen auto.

Vrouwen fietsen veel vaker dan mannen. Beduidend meer mannen hebben een motorfiets (22 procent) dan vrouwen (5 procent).

9. Vrouwen praten anders over hun auto dan mannen. Vrouwen gebruiken heel veel verkleinwoordjes. Zij duiden bovendien hun auto aanzienlijk minder specifiek aan.

Waar mannen het hebben over hun ‘Saab 9-5 Sportcombi 2.3TS Aero Hirsch’ of ‘BMW 3 Touring Estoril blue in M Style’, houden vrouwen het bij Ford Fiesta, Opel Vectra of simpelweg ‘Een rode’. Of ze komen met niet-bestaande modellen, zoals ‘Volkswagen Corso’ en ‘Mercedes V70’. Vrouwen stellen zichzelf graag als onwetend op over auto’s, wat ze overigens gemeen hebben met intellectuelen, journalisten en schrijvers. De houding van hoger opgeleiden jegens auto’s is te vergelijken met de distinctiedrang en dedain die mensen uit hogere sociale klassen aan de dag leggen voor mensen met overgewicht.

10. Nederlandse automobilisten zijn standaard uitgerust met lane departure warning.

Als je het gebaande pad dreigt te verlaten, zijn oorverdovende waarschuwingspiepjes je deel. Je laat je dus leiden door angst, die je in je eigen straatje houdt en waardoor je niet je droomauto koopt. Maar welke auto jij wél wilt, dat weet je allang, diep of niet diep vanbinnen. Nu moet je hem alleen nog aan jezelf verkopen. Het boek De gelukmachine is daarvoor de uitgelezen gids.

Erwin Wijman schreef eerder de bestseller Wat je rijdt ben je zelf (2011) en Succes met je grote auto (2013).

Het boek De geluksmachine – Zo kies je de auto die je echt wilt (240 pagina’s, € 16,50) is verschenen bij Uitgeverij Haystack.