30 april 2018

Nee zeggen



Nee zeggen is niet zo mijn ding. In mijn privéleven kan ik prima nee zeggen maar zakelijk vind ik dat toch wat moeilijker. Waar ligt de grens? Mij is met de paplepel ingegoten dat ik als assistente zeer dienstverlenend en servicegericht naar het bedrijf en de manager moet zijn. En dat is meteen mijn valkuil. Ook al is er veel veranderd in het secretaressevak, van ‘analoog’ naar digitaal, dit is niet veranderd. Regelmatig, als ik net op kantoor mijn jas heb aangetrokken, komt er iemand binnen met de vraag ‘kun je dit nog even voor mij doen please’, ‘het is heel belangrijk en moet echt nu’. Zo ging het 20 jaar geleden al en zo gaat het nu nog steeds. Het enige verschil met vroeger is dat de vraag nu ook per mail, chat, app etc. kan komen met daarbij de toevoeging of je ’s avonds nog even kunt inloggen om het dan te doen. En mijn onmiddellijke spontane reactie is: “prima dat doe ik wel even voor je”. Zie hier mijn valkuil.

Nog iets dat er vroeger is ingestampt:  ik ben er om mijn baas/manager te ontlasten en/of te ontzorgen. Klinkt ouderwets maar jullie weten wel wat ik bedoel. Maar ja, moet dat ten koste van mijn privétijd gaan? Tenslotte heb ik ook een leven na kantoortijd en wil ik wel eens naar de bioscoop of naar het theater. Soms zijn het werkzaamheden die zo gedaan zijn en hoor ik mezelf weer zeggen: “prima doe ik wel even”. Maar het loopt regelmatig anders. Gevolg is dat ik mij toch nog ontzettend moet haasten om op tijd in het theater te zijn of ik lig gestrest op mijn yogamatje. Hoe ontspannen is dat? Ik heb altijd begrip voor de problemen van de ander. Vervolgens komt meteen dat oplossingsgerichte gen weer in mij naar boven met dat spontane zinnetje: “Dat doe ik wel even”.  Voor ik het weet heb ik het wéér gezegd.

En wat doe je als het bedrijf waar je werkt in een crisis zit, of faillissement of (vijandige) overname? Nee zeggen op het moment suprême? Ik kon dat in ieder geval niet. Dat had twee redenen. De eerste was dat ik graag bij alles wat er gebeurde wilde zijn, de andere reden was dat ik gewoon niet weg kón. Het was alle hens aan dek, zeker bij de Raad van Bestuur. 

Een aantal jaren geleden werkte ik bij een grote organisatie die eenzelfde soort organisatie wilde overnemen. Dit ging allemaal in pais en vree want beide partijen wilden deze overname. Het was een lang proces maar enorm leuk en interessant om van dichtbij mee te maken. Omdat het een beursgenoteerd bedrijf betrof moesten alle overleggen en vergaderingen in het diepste geheim plaatsvinden. Op geheime locaties, in de avonduren, kamers boeken onder valse namen etc. Enorm spannend allemaal. Ik vond het geweldig om vanaf de eerste rij hieraan mee te werken. Te zien wat er strategisch allemaal nodig was voordat de overname ook daadwerkelijk klaar was om naar buiten te brengen. Midden in de nacht werden koortsachtig de persberichten geschreven die niet alleen door beide partijen moesten worden goedgekeurd maar ook door alle advocaten die bij de deal betrokken waren. En dat waren er heel wat. Iedereen moest er iets van vinden. Ondertussen tikte de tijd door en moest, voordat de beurs opende, het persbericht verstuurd zijn. Dan pas barst het los voor de buitenwereld terwijl wij al dagen en nachten aan het werk waren geweest. Overigens voelt zo’n moment wel als een finale. Zeker als het goed nieuws is. Ik dwaal een beetje af van het onderwerp maar je kunt begrijpen dat nee zeggen op zo’n moment absoluut niet mogelijk is.

Een andere valkuil is dat ik daardoor ook mensen/collega’s verwen. Doordat ik moeilijk nee kan zeggen en veel  leuk vind, weten ze mij ook te vinden: “zij doet dat wel even”. Dat merkte ik op gegeven moment. Zeker toen het stof was neergedaald en alles weer ‘normaal’ was. Het is dan moeilijk om opnieuw je  grenzen aan te geven en de regie weer in eigen hand te nemen.

Wat me opvalt is dat de jongere generatie daar wat makkelijker in is. Dienstverlenend en servicegericht is in hun ogen taal van een andere planeet en heeft voor hen een andere betekenis. Zij gaan daar heel anders mee om. Zij zijn niet alleen dienstverlenend en servicegericht naar het bedrijf (of de manager) maar ook naar zichzelf. Misschien is dat maar beter ook, het is in ieder geval de toekomst, want ik behoor inmiddels tot de oudere garde…. 

Overigens merk ik wel dat naarmate ik ouder word, nee zeggen mij steeds makkelijker afgaat. Ook op mijn werk. Mocht het écht nodig zijn dan blijf ik. En anders ga ik naar huis en is het tijd voor quality-time. Er is dus nog hoop.



Reacties via Disqus